The World's Leading
Pop & Jazz Orchestra

Winnaar van 3 Grammy Awards
17 Grammy Nominaties

Avond van de Jazzmuziek 2018

Allereerste Avond van de Jazzmuziek een succes!
Een impressie van het concert op vrijdag 12 januari 2018 in Carré

Alle foto's op deze pagina door Reinout Bos

De registratie van de show (NTR) werd in de eerste week van april uitgezonden op NPO Cultura. Helaas is deze niet terug te kijken.

De geheide succesformule van De Avond van de Filmmuziek: je hebt een muziekgenre dat zich uitstrekt over 80 – 100 jaar op het kruisvlak van symfonische en populaire muziek, je geeft daar een bloemlezing van ondersteund met authentieke filmbeelden, je hebt het Metropole Orkest en je zet daar een van tv bekende presentator en enkele populaire artiesten bij – is vertaald naar een ander muziekgenre: de jazz! Eveneens een natuurlijke muzikale biotoop voor het Metropole Orkest.

Dit was – voor het eerst – geprogrammeerd. Ook door producent Ewart van der Horst, directeur van PilotStudioNu niet in Het Concertgebouw, maar in Theater Carré. Uitvoerend producer voor het Metropole Orkest was Robert Soomer.

Het mooie van deze formule is: het gaat om amusement en tegelijk om muzikaal erfgoed. Zowel de muziek als het beeldmateriaal. En hij slaat aan bij een groot publiek. Luisteren en kijken, zoals ook bij opera, is kennelijk toch een rijkere ervaring dan alleen luisteren.

Voor de jazzmuziek was dit idee van een bloemlezing nog niet eerder vertoond, zo sprak ook Trijntje Oosterhuis in DWDD waar zij een voorproefje mocht geven. Want waar hoor je ze nog, de stukken van Chet Baker, Miles Davis, Ella Fitzgerald, John Coltrane, Duke Ellington, Herbie Hancock.

Het is hier wel de plaats om toch even de andere Metropole Orkestprojecten (Bigband, strijkers of volledig orkest) uit het meer of minder recente verleden te memoreren. Projecten die steeds een grote jazzartiest ‘tributen’. Denk aan vrij onlangs het Monk Bigband Project met Miho Hazama, langer geleden Piet Noordijk en de MO Strings in het Charly Parker project, de Ellington suites door het hele orkest, de concerttour Sinatra 100, het Quincy Jones tribute, het Mingus tribute (1x Amsterdam, 1x Londen), het Joe Zawinul Tribute Fast City, enz.

De zaal was voor 80% bezet. Voor een nieuwe formule en nog niet lang ervoor pas in de verkoop gegaan, niet slecht. Cameralieden van de NTR voor de tv-registratie zijn subtiel aan het werk.

In het publiek ontwaren we Vincent de Kort, dirigent voor de aanstaande MO Avond van de Filmmuziek Concert en juryvoorzitter Maestro. Vȯór het orkest, als dirigent nu, de flamboyante Amerikaan Dennis Mackrel. Wereldberoemd als drummer en orkestleider van de Count Basie Orchestra, nu chef-dirigent van het Jazz Orchestra of the Concertgebouw. Vlotte opgewekte spreker en accurate dirigent ook in passages met de strijkers wanneer het spel ‘klein’ moest worden gehouden.

Ouverture is Take The ‘A’ Train van Ellington en beroemd in vocale versie van Ella Fitzgerald. Die we zien op de op het grote scherm geprojecteerde zwartwitfilmbeelden. Arrangement Carl Schultze, een Nederlandse vibrafonist, componist/arrangeur (1936-2011); schreef ca. 250 arrangementen voor het MO.

Harm Edens is de presentator van dienst. Hij moet zijn draai nog een beetje vinden maar komt gaande de avond steeds meer los van de autocue. Reageert soms oprecht verbaasd op de pracht en de kracht van de muziek: ’Wow … wat mooi gespeeld … echt prachtig!’

Als tweede So What, een Miles Davis stuk uit 1959. Hierin drie solisten uit het orkest, double bass Aram Kersbergen, die zowel de intro als het eind van het stuk speelt. Verder Leo Jansen tenorsax en Angelo Verploegen, de remplaçant solotrompettist van die avond. We zien Miles op het scherm.

Volgt Can’t Take That Away From Me van GershwinElla Fitzgerald op de film en horen het gezongen door Trijntje Oosterhuis begeleid door het MO. Met dit stuk was ze bij wijze van teaser twee dagen eerder te zien in DWDD met een mini-MO Bigband en Yuri Honing.

Dan Alain Clarkmet een Cole Porter stuk uit 1935 Just One Of Those Things, op het filmscherm gezongen door Sinatra en voor het orkest gearrangeerd door Rob Horsting. Hier doet de Bigband van het MO echt niet onder voor Count Basie of Nelson Riddle uit de Sinatra jaren!

Feest der herkenning inderdaad! In a Sentimental Mood, een Ellington compositie uit 1935, voor de ouderen de tune van Simon Carmiggelts tv-programma Kronkels, smeltend sentimenteel gespeeld op alt door Marc Scholten.

Volgt een stomende performance waar het orkest klinkt als één band met Yuri Honingop sax in Elegant People van Weather Report/Wayne Shorter (1976). In het filmpje zien we ook de vermaarde Joe Zawinul (MO cd Fast City/Tribute to Joe Zawinul) in zijn jonge jaren.

Vervolgens maakt Sabrina Starke haar opwachting met een vertolking van Fever, in 1959 een wereldhit van Peggy Lee. Dit is een waagstuk aangezien de Lee versie in het collectief geheugen zit gebrand. Maar door haar sterke eigen geluid en het frisse funky arrangement (Martin Fondse) komt het heel mooi uit de verf.

Er wordt een drumstel geplaatst op het toneel. Uit de coulissen komt een man met een pet en een geblokt jasje. Blijkt Matthijs van Nieuwkerk die een lange slanke wat oudere man introduceert: John Engels, drummer, 83 jaren jong. Rondom hem formeert zich een kleine combo en Engels speelt een stukje hard bop, de Amsterdam Blues van de in de jaren zestig roemruchte Diamond Five. Dan een stuk van ‘en met’ Chet Baker: If You Could See Me Now, met een spannend intro met veel vrije improvisatie door de solisten van het combo waaronder Sjoerd Dijkhuizen op tenor. Wat door die ouwe jazzcrack energiek wordt gedrumd. En Engels die de enige jazzlegende is op die oude zwartwitbeelden die nog met zichzelf kan meespelen! ‘Ja die andere gasten die zijn boven, ik ben er nog!’ Dat heeft toch wel iets ontroerends.

De set voor de pauze wordt afgesloten door de in Nederland wonende Surinaamse zanger-songwriter Jeangu Macrooy met I’m Your Man een Leonard Cohen stuk. De frêle zanger krijgt van het publiek een warm applaus.

Pauze!

We ontmoeten in de foyer enkele Vrienden. Het vorige nummer van MOre: is dan net verschenen en zij steken hun enthousiasme daarover niet onder stoelen of banken. Fijn om te horen natuurlijk. Een van hen zegt ‘Ik heb hem’, wijzend op een man aan de andere kant van het tafeltje ‘mijn zwager recent ook Vriend gemaakt.’ ‘Mooi’, zeg ik en als een zendeling: ‘Ja mooi, ga zo door!’

We zijn weer in de zaal. Watermelon Man, stuk van Herbie Hancock uit 1962, vormt de opening van de tweede set, met het orkest als solist.

Hierna het tweede optreden van Sabrina Starke. I Wish I Knew How It Would Feel To Be Free, nummer van Billy Taylor en Dick Dallas uit 1963, ook vertolkt door Nina Simone, die we het op de achtergrond in zwartwitbeelden zien zingen.

I Can’t Give You Anything But Love, een jazz standard uit 1928, wordt gezongen door Alain Clark.

Dan wordt er een Hammondorgel het podium op gerold. Het moment van Sven Figee breekt aan. Met de MO Bigband speelt hij de beroemde blues, St. James Infirmary. Dat stuk heeft een enorme geschiedenis en werd (ook in 1928) voor het eerst op de plaat gezet door Louis Armstrong. Figee vervolgt met Moanin, het beroemde stuk van Art Blakey & Jazz Messengers uit 1958. In het orkest herkennen we het arrangement dat John Clayton maakte voor het beroemde optreden van de zangers Kurt Elling, Jon Hendricks en Al Jarreau en het MO op het NSJF 2011.

Figee af. Verschijnt een jonge vrouw on stage. Blijkt Angelique Houtman, 3FM-dj (vroeger bij vh Radio6 Soul & Jazz) en af en toe tafeldame DWDD. Zij steekt een verhaal af hoe leerzaam haar begintijd tussen die jazzfreaks bij vh Radio 6 was om het belang van de jazzmuziek te leren zien, ook de invloeden te herkennen bij de huidige grote popartiesten. Mooi om te horen. En? Gaat zij nu zingen? Nee, even plotseling als ze was verschenen is ze weer verdwenen.

Jeangu Macrooy doet zijn tweede optreden. On & On,een 1991-hit van Erykah Badu (Amerikaanse neo-soul, R&B en hiphopzangeres).

InI Fall In Love To Easily horen we Yuri Honing op tenorsax soleren. Het is uit 1945 (Sinatra in de film Anchors Away) en er zijn ook talloze instrumentale versies van zoals van Chet Baker. Alweer Chet Baker. Daar komen we niet omheen deze avond en natuurlijk denk je dan hoe hij hier in Amsterdam tragisch verongelukte, 13 mei 1988. 

My Favourite Things. Een musicalliedje, toch geen jazz? Mathilde Santing staat midden op het podium en zingt dit. Helemaal a capella, en op die smeuïg groovy manier zoals alleen een Santing dat kan zingen. Vertelt er een anekdote bij over haar belevenissen in Manhattan, vele jaren geleden. Hoe dit nummer dan toch in die scene daar een jazzy jasje kreeg. Volgt, puur instrumentaal door het orkest die versie met een bloedstollende sopraansolo van Leo Jansen.

Het slotnummer Do You Know The Way To San Jose van Bacharach is voor Trijntje Oosterhuis, dat we kennen van een eerder liveconcert en cd-opname door haar met het Metropole, o.l.v. Vince Mendoza.

Het publiek geeft orkest, dirigent en solisten zulk een enthousiast applaus dat een toegift niet kan uitblijven. Het is Trijntje Oosterhuis die Crying Over You zingt, in een rithm & bluesjasje.

Toe maar, tweede toegift volgt. Het orkest sluit af met Let’s Get Lost. Een song uit 1943, beroemd geworden door Chet Baker. Recent bewerkt voor het orkest door Scot Routenberg een Amerikaanse componist/arrangeur en jazzpianist, van wie al eerder werk door het MO is uitgevoerd.

Nogmaals applaus. De zaal stroomt leeg.

Wat voor mij de hoogtepunten waren. Zeker de bloedstollende sopraansoli van Leo Jansen.

Het is bij die soli van Leo alsof er sterren gaan twinkelen in je hoofd. Ver voorbij een routinematig riedeltje. Pure Magie! En de trompetsoli van de al genoemde Angelo Verploegen, de doublebass-solo van Aram Kersbergen in So What. Alle leden van het Metropole Orkest.

Ook verheugend was te horen dat het niet ging om gemakkelijke covers maar dat voor elk stuk was gekozen voor speciaal voor de artiest en het Metropole Orkest geschreven bewerkingen.

Als show was het geheel wel wat rommelig en bij de keuze van de stukken had wat mij betreft een eigentijds groot jazz stuk uit het MO repertoire van nu het wat spannender kunnen maken en het publiek een beetje kunnen uitdagen. Denk bijvoorbeeld aan een compositie van Martin FondseLow End HiFi, een spannend virtuoos stuk, of iets in die geest. En een programmabrochure met enige toelichting op de stukken zou niet hebben mogen ontbreken.

Over het geheel een geslaagde avond. Feest der herkenning! Absoluut voor een vervolgeditie vatbaar.

Jos Gunneweg

Met dank aan Robert Soomer, artistiek manager MO
bronnen: Wikipedia, Nederlands Jazz Archief, websites diverse artiesten.

Maart 2018 ( MOre: jaargang 4, editie 2)