The World's Leading
Pop & Jazz Orchestra

Winnaar van 4 Grammy Awards
20 Grammy Nominaties

Sterke verhalen

75 jaar Metropole Orkest: dat staat garant voor veel mooie verhalen, spannende avonturen en grappige anekdotes. Negen orkestleden komen aan het woord en vertellen over hun bijzonderste herinneringen aan al die mooie concerten.

Mariël van den Bos, 1e fluit

“Wat heb ik in 27 jaar veel meegemaakt met het Metropole Orkest. Zo maar wat highlights. Een zichtbaar ontroerde Dolf van der Linden, die bij de oplevering van onze eigen Studio 3 ‘Park Lane Serenade’ dirigeerde. Spelen in een uitverkochte Royal Albert Hall met de geniale Cory Henry en Jacob Collier. Die keer dat ik een piccolosolo had in een uitverkocht Concertgebouw tijdens de Avond van de Filmmuziek. Met een camera op mijn neus. Dikke zenuwen, maar het ging goed. Gregory Porter die op mijn vijftigste verjaardag zong en een borrel meedronk na de repetitie. Het onvergetelijke concert met een broze Ack van Rooyen die de sterren van de hemel speelde. Wat een leuk orkest, what a band!”

Pieter Hunfeld, 1e hoorn

“Een van de meest bijzondere momenten was voor mij in 2014. We waren hard bezig om de verzelfstandiging van het orkest vorm te geven. Na twee jaar strijden (het was kritiek tot op het laatste moment) kregen we een uitnodiging om in de Abbey Road Studios een album met Laura Mvula op te nemen. Het moment dat we daar binnenliepen, op die bijzondere plaats, was bijna surrealistisch na jaren van onzekerheid. Het contrast kon niet groter zijn. Overigens is de plaat die we daar opgenomen hebben echt een juweeltje. Laura Mvula was in topvorm en het orkest had het album in twee dagen opgenomen.”

Peter Tiehuis, gitaar

“Gitarist zijn in het MO is een prachtige uitdagende baan waar ik mijn creativiteit helemaal kwijt kan. Het is voortdurend schakelen. De ene keer speel je jazz, dan weer pop of een compleet andere stijl. Samen met mijn collega’s van de ritmesectie vorm ik het hart van het orkest, en vaak heb ik ook een vrije rol. Bij veel arrangementen voeg ik eigen interpretaties toe, mits ze passen bij de opvatting van het stuk. Soms ben ik puur begeleidend in een strakke ‘groove’, op andere momenten breng ik ‘versieringen’ aan, akkoorden inkleuren, een solo improviseren, in ieder geval een leuke en vrije rol waar ik volop van geniet.”

Murk Jiskoot, percussie

“Als percussionist ben je bij het MO altijd in beweging. In elk arrangement is passend ritme nodig om schwung en/of cachet aan het stuk te geven. Percussie is heel breed, daarom moet je als percussionist veel verstand hebben van muziekstijlen. Aan de ene kant ben ik dienstbaar aan de drums, aan de andere kant aan het arrangement zelf. Die rol ligt mij prima. Wij beschikken over talloze percussie- en ritme-instrumenten. Van handpercussie tot melodie slagwerk. Eigenlijk ben ik elke dag met ritme bezig. Daarom luister ik ook veel naar andere artiesten en stijlen. Dat brengt mij veel inspiratie. Ritme geven aan het MO is voor mij het mooiste wat er is.”

Merel Jonker, aanvoerder 2e viool

“Ik ben sinds 2009 actief bij het MO. De laatste twee jaar vervul ik de rol als aanvoerder van de tweede violen binnen het orkest. In de praktijk werk ik nauw samen met concertmeester Arlia de Ruiter. Voor en tijdens de repetities stemmen we de streken van de violengroep af, zodat we een passende sound creëren die aansluit bij het arrangement. Ik vind het geweldig om als klassiek opgeleide violiste ook in de wereld van pop en jazz mijn bijdrage te leveren. Het orkest inspireert mij altijd en is van hoog niveau. Het MO voelt elke dag als ‘mijn orkest’. En daar ben ik trots op.”

Max Boeree, baritonsaxofoon/klarinet

“In de bijna 40 jaar dat ik voor het MO speel heb ik de rol van het orkest sterk zien veranderen. Een paar decennia terug beschikte de Nederlandse tv- en radiowereld over verschillende orkesten. Stap voor stap raakten deze orkesten uit beeld, maar het MO bleef gelukkig overeind. Wat ik zo mooi vind is dat topdirigenten als Rogier van Otterloo, Dick Bakker, Vince Mendoza en Jules Buckley diverse eigen muziekstijlen introduceerden. Zoals pop en jazz, waardoor we voortdurend met de tijd zijn meegegaan. We musiceren op hoog niveau en boren wereldwijd nieuw publiek aan. Jong en oud luistert naar onze muziek. En van dat toporkest maak ik al 38 jaar deel van uit. Geweldig.”

Arlia de Ruiter, 1e concertmeester

“Als concertmeester ben ik de intermediair tussen het orkest en de dirigent en verantwoordelijk voor de strijkers. Als we een nieuw arrangement op de lessenaar krijgen bedenk ik de streken die passen bij de opvatting van het stuk. Het is namelijk lang niet altijd zo dat streken helemaal uitgeschreven zijn. Stel, het stuk heeft een jazzy stijl, dan is het aan mij om de streken en de ‘feel’ op de strijkersgroep over te brengen. Verder probeer ik altijd auditief een goed overzicht te houden om eventuele foutjes in de partij samen met de dirigent op te lossen. Al met al heb ik een mooie uitdagende rol bij het MO.”

Ewa Zbyszynska, 2e viool

“Ik ben sinds 2016 een vaste waarde bij het orkest, een rol waar ik blij mee ben. Via een festival in de USA kwam ik in contact met Vince Mendoza en het orkest. Hoewel ik klassiek ben opgeleid (in Polen) was het altijd al mijn wens om moderne stijlen als pop en jazz te spelen. Door de aanstelling bij het MO is die wens in vervulling gegaan, en kreeg ik mijn droombaan. Ik zie het als een grote eer om deel uit te mogen maken van dit orkest dat zowel in Nederland als wereldwijd een grote muzikale waarde heeft.”

Hans Vroomans, piano/toetsen

“Als pianist heb ik een bijzondere taak in het orkest. Ik heb vaak een vrije rol, een pianopartij bestaat meestal maar voor een deel uit genoteerde noten, het deel met akkoordsymbolen mag ik naar eigen inzicht inkleuren en daarbij de ‘gaatjes’ in de orkestratie opvullen. Smaak is hier een sleutelwoord, en kennis van stijlen natuurlijk. Ik moet in het orkest ook vaak intro’s spelen, zangers begeleiden en improviseren. Verder ben ik onderdeel van de ritmesectie, die letterlijk het kloppend hart van het orkest is, en zich in alle mogelijke stijlen beweegt. Ik geniet steeds weer van al die variëteit, het is iedere week anders. Dat maakt het MO voor mij zo uniek.”